Grootschalig onderzoek naar discriminatie in het Belgisch jeugdvoetbal

Grootschalig onderzoek naar discriminatie in het Belgisch jeugdvoetbal

Eén op de drie jeugdspelers slachtoffer van discriminatie volgens onderzoeksresultaten RBFA Knowledge Centre en KU Leuven

37 procent van de jeugdvoetballers werd de afgelopen twee jaar het slachtoffer van discriminatie. Bij meisjes gaat het zelfs om de helft van alle jeugdspeelsters. Om discriminatie tegen te gaan hebben de onderzoekers concrete aanbevelingen voor de voetbalwereld. “Deze bevindingen liggen in lijn met ons actieplan Come Together over discriminatie en racisme in het voetbal”, klinkt het bij de KBVB en de regionale federaties Voetbal Vlaanderen en ACFF.

Hoe ouder, hoe meer incidenten

De veldobservaties van de onderzoekers brengen goed nieuws voor iedereen die het jeugdvoetbal een warm hart toedraagt. In vergelijking met cijfermateriaal uit 2005 zijn er minder incidenten geobserveerd. Jeugdwedstrijden worden dus over het algemeen rustiger beleefd. Maar hoe ouder de spelers, hoe meer incidenten.

“Toeschouwers, maar ook spelers stellen zich beschaafder op bij jeugdwedstrijden. Bij de jongste spelers primeert de ontwikkeling op winst of verlies en is het competitieniveau van ondergeschikt belang. Beide factoren lijken het aantal incidenten in te perken.”
Professor Jeroen Scheerder, KU Leuven 

“Dit is een gunstige evolutie en bewijst dat onze campagnes en duurzame acties werken. Zo heeft de afschaffing van een klassement tot de leeftijd van 13 jaar ervoor gezorgd dat het competitiegehalte daalt en emoties daardoor minder snel de bovenhand nemen. Verplichte wissels leiden tot meer spelvreugde bij alle spelers. Dat neemt echter niet weg dat er nog veel werk aan de winkel is zoals deze studie aangeeft. Daar blijven we samen met de KBVB 200% op inzetten via ons nieuwe actieplan Come Together tegen discriminatie en racisme. We zullen bijvoorbeeld nog extra cursussen geven over hoe clubs en scheidsrechters kunnen omgaan met racisme en discriminatie.”
Benny Mazur, Secretaris-generaal Voetbal Vlaanderen

Racisme blijft een hardnekkig probleem volgens de onderzoekers. Zo observeren ze vaak verhulde, spottende opmerkingen vanaf de zijlijn. Die lijken de spelers op het veld niet altijd te bereiken, wat meteen een mogelijke verklaring is waarom spelers niet altijd een klacht indienen. Uit het cijfermateriaal blijkt dat de spelers het vaakst het mikpunt zijn. Waar in 2005 de jeugdspelers slechts in 31 procent van de geobserveerde gevallen geviseerd werden, is dat cijfer 15 jaar later toegenomen tot 37 procent. Met een aandeel van meer dan de helft, blijven scheidsrechters echter de meest geviseerde groep. Trainers krijgen het in 2020 daarentegen minder hard te verduren.

3 op de 4 ouders stelt discriminatie vast 

Voetbalouders geven op basis van de online survey, uitgevoerd bij bijna 2.200 gezinnen in België, duidelijk aan dat discriminatie een groot probleem is. Maar liefst 3 op de 4 ouders merkte de afgelopen twee voetbalseizoenen discriminatie tijdens jeugdwedstrijden op. Zestig procent zegt het meermaals per seizoen te zien en ruim een kwart geeft aan dat hun eigen kind slachtoffer werd. Dat laatste cijfer is een onderschatting in vergelijking met het cijfer dat jeugdspelers zelf rapporteren. 

“37 procent van de jeugdspelers zegt zelf het slachtoffer van discriminatie te zijn geweest . Bij meisjes gaat het zelfs over de helft van alle speelsters. Heel wat jeugdspelers zijn dus de afgelopen twee seizoenen uitgesloten vanwege hun geslacht, huidskleur, bepaalde lichaamskenmerken of geaardheid, maar ook omwille van religie, kledij of een bepaalde beperking. Mochten ze gepest worden omdat ze volgens tegenstanders of medespelers het spelniveau niet aankunnen, gaat het zelfs over twee op de drie jeugdvoetballers die aangeeft gediscrimineerd te zijn.”
Ellen Huyge, onderzoeksmedewerker KU Leuven

Het onderzoek wijst dus uit dat niet alle ouders op de hoogte zijn van discriminatie ten opzichte van hun eigen kind. Toch geeft 8 op de 10 jongeren aan dat hun ouders hen het meeste geloven wanneer ze over discriminatie vertellen. De stap zetten naar teamgenoten, trainers of bestuursleden blijkt veel groter: één op de tien durft er met teamgenoten over te praten; bij trainers en bestuursleden gaat de helft of minder het probleem aankaarten. Hieruit leiden de onderzoekers af dat ouders een belangrijk aanspreekpunt zijn.

Gevraagd naar hun eigen gedrag geeft 20 procent van de jeugdspelers toe zelf te discrimineren. Vlaamse jongeren zijn vaker daders, met 23 procent positieve antwoorden. In Wallonië en Brussel zeggen respectievelijk 16 en 13 procent van de jeugdspelers zelf te discrimineren. Spelers met een Europese, Noord-Afrikaanse of Midden-Aziatische achtergrond discrimineren zelf vaker dan jongeren met een zwarte huidskleur.

Geviseerd door gewicht en huidskleur 

De onderzoekers vroegen de voetbalouders wie het meest gediscrimineerd wordt. Twee groepen, de jongeren met een donkere huidskleur en dikke jongeren, zijn elk volgens 4 op de 10 ouders het vaakst slachtoffer. De jongeren zelf geven aan dat spelers met een lager spelniveau het vaakst met discriminatie af te rekenen hebben.

“Wanneer we spelniveau wegnemen als discriminatiegrond, lopen de inschattingen van ouders en de ervaringen van gediscrimineerde jongeren wel gelijk. Opvallend is wel dat volgens jongeren jeugdspelers die holebi of transgender zijn vaker slachtoffer worden van discriminatie dan jongeren met een donkere huidskleur of moslimachtergrond. De perceptie van jongeren strookt dus niet noodzakelijk met wat jongeren effectief ervaren.”
Professor Jeroen Scheerder, KU Leuven

Zes op de tien voetbalouders reageert wanneer ze discriminatie opmerken. Zo spreekt de helft de daders aan over hun acties. Een op de vijf richt zich tot het bestuur of een vertrouwenspersoon, maar een even grote groep doet niks omdat ze het niet hun taak vinden. Zo’n 10 procent doet eveneens niets tegen discriminatie uit vrees voor repercussies tegen hun eigen kind en/of om niet als ‘vervelend’ bestempeld te worden. 

“Die angst voor repercussies is groot bij ouders van wie het kind al slachtoffer werd. Ook wie geen klacht indient bij het bestuur of een vertrouwenspersoon omdat ze niet geloven dat het een impact zou hebben, heeft vaak kinderen die al gediscrimineerd werden.”
Professor Jeroen Scheerder, KU Leuven

Meer dan een kwart van de gediscrimineerde jongeren reageert zelf niet of wordt verdrietig. Minder dan een vijfde van de gediscrimineerde jeugdvoetballers gaat een gesprek aan met de daders. Vooral Vlaamse jongeren blijken niet te reageren. Waalse jeugdspelers kaarten het probleem wel makkelijker aan.

Discriminatie kent verschillende schakeringen

De diepte-interviews met slachtoffers maken duidelijk dat alle identiteitskenmerken tot discriminatie kunnen leiden, al speelt de zichtbaarheid van het anders-zijn wel een duidelijke rol. Discriminatie gebeurt via scheldwoorden en verwijten tijdens wedstrijden, bewust niet bij het voetbalspel betrokken worden, zwart gemaakt of uitgesloten worden. Maar ook door naar het eigen aanvoelen telkens strenger en sneller bestraft te worden door scheidsrechters of het ontnemen van speel- of doorgroeikansen worden binnen de club. Daarnaast blijkt stereotypering op basis van afkomst, lichaamsbouw of geslacht diep ingeburgerd te zijn in het jeugdvoetbal: alle geïnterviewden, van jeugdspelers tot clubbestuurders konden zonder fout formuleren wat ‘in het algemeen’ aangenomen wordt over de voetbalcapaciteiten van verschillende groepen spelers en speelsters.

“Donkere of Latijns-Amerikaanse spelers worden vaker in aanvallende spelposities gezet vanuit de idee dat zij respectievelijk “snel” en “technisch sterk” zijn en om deze reden dus beter geschikt zijn voor deze posities. Witte spelers worden daarentegen vaker als keeper opgesteld, een positie waar meer spelinzicht verwacht wordt. Negatieve stereotypes treffen vaker de zwaardere spelers en speelsters alsook de spelers met een donkere huidskleur waarbij men veronderstelt dat ze respectievelijk “te traag zijn” en “spelinzicht missen.” Meisjes worden dan weer verondersteld “nooit zo goed te kunnen zijn” als jongens.”
Ellen Huyge, onderzoekster KU Leuven

Werkpunten om uitsluiting te beperken

Op basis van de studie reiken de onderzoekers ook beleidsvoorstellen aan die de voetbalwereld kunnen helpen. Discriminatie blijft een ernstig probleem waarvoor een betere en systematische monitoring noodzakelijk is. Voetbalouders zouden best vanuit hun bevoorrechte positie door de clubs actiever betrokken worden bij het detecteren en signaleren van discriminatiegevallen. De clubs hebben ook nood aan ‘actieve’ vertrouwenspersonen bij wie spelers en ouders terecht kunnen zodat iedereen gehoord wordt. Afhankelijk van de discriminatiegrond is een aangepaste aanpak nodig aangezien bijvoorbeeld racisme of een vetfobie elk een andere benadering vereisen.

“Uit de studie blijkt dat jongeren nood hebben aan een veel laagdrempeliger meldpunt bij de federaties of aan iemand verbonden aan hun eigen club waarvan ze weten dat hun verhaal zal gehoord worden. De huidige federatiestructuren om discriminatie te melden zijn voor hen te complex en de aanspreekpunten op niveau van de vleugels en de clubs boezemen nog te weinig vertrouwen in. Met ons Come Together-actieplan willen we die kloof dichten. In de eigen organisatie en met de Diversity Board zullen we in de toekomst zelf ook een betere weerspiegeling van de maatschappij met rolmodellen voor iedereen met een diverse achtergrond.”
Peter Bossaert, CEO KBVB

De onderzoekers zien ook heil in extra opleidingen rond discriminatiethema’s voor spelers, ouders, maar ook trainers en bestuurders die vaak twijfelen over hoe ze kunnen tussenkomen. Tot slot pleiten de onderzoekers voor een verdere wetenschappelijke opvolging. Zo dringt zich bijvoorbeeld een vergelijking met andere sectoren – waaronder het onderwijs of jeugdwerk – op. Ook de vraag of de in het onderzoek gepresenteerde cijfers vergelijkbaar zijn of juist afwijken van wat in andere landen gebeurt is niet onbelangrijk. Daarnaast is een blijvende monitoring en registratie van discriminatie in het jeugdvoetbal natuurlijk van belang.

Over de studie
De Onderzoeksgroep Sport- & Bewegingsbeleid van de KU Leuven voerde op vraag van de Koninklijke Belgische Voetbalbond en met de ondersteuning van het RBFA Knowledge Centre, Voetbal Vlaanderen en ACFF tussen juni 2020 en maart 2021 een grootschalig en driedelig onderzoek uit naar discriminatie in het Belgische jeugdvoetbal. Als eerste luik werden door de onderzoekers veldobservaties uitgevoerd bij 32 jeugdwedstrijden. Die resultaten werden vergeleken met studiemateriaal uit 2005. Vervolgens werd een online survey afgenomen bij 2 169 gezinnen waarvan tenminste één kind uit de leeftijdsgroep van 10- tot en met 20-jarigen voetbal speelt. Aan de online survey nam naast het voetballende kind ook een van zijn/haar ouders deel. In de vragenlijst wordt gepeild naar percepties en ervaringen inzake discriminatie op basis van huidskleur, taal, religie, lichaam, geslacht en seksuele geaardheid. Via diepte-interviews met 6 jeugdspelers, 2 ouders van jeugdspelers, 2 scheidsrechters, 2 coaches en 3 bestuursleden, werd gepeild naar oorzaken, gevolgen en mogelijke oplossingen. De resultaten van deze drie deelstudies, onder leiding van professor Jeroen Scheerder en onderzoekster Ellen Huyge met de hulp van doctoraatsstudent Joris Corthouts, werden gebundeld in één grote analyse die de basis vormt voor bovenstaand persbericht.

Contacteer ons
Pierre Cornez Press officer, Royal Belgian FA
Nand De Klerck Directiecoördinator en woordvoerder, Voetbal Vlaanderen
Jeroen Scheerder Professor onderzoeksgroep Sport- en & Bewegingsbeleid, KU Leuven
Pierre Cornez Press officer, Royal Belgian FA
Nand De Klerck Directiecoördinator en woordvoerder, Voetbal Vlaanderen
Jeroen Scheerder Professor onderzoeksgroep Sport- en & Bewegingsbeleid, KU Leuven
Over Bepublic