Opinie - 'Leg eens een zonnepaneel… op het dak van een ander'

Donderdag 23 juni 2016 — Vlaams minister Bart Tommelein trekt volop de kaart van zon en wind als de energiebronnen van de toekomst. Uitstekend, maar we moeten een stap verder durven gaan: niet zomaar het land volplaveien met zonnepanelen, maar gedeelde panelen leggen op scholen en bedrijfsgebouwen.

Door Christophe Degrez, CEO van energiebedrijf Eneco 

Rekent u even mee? Van de 2,5 miljoen Vlaamse gezinnen hebben er momenteel 230.000 een zonnepaneleninstallatie op het dak van hun huis. Omgerekend 10 procent van de gezinnen voorziet dus al gedeeltelijk in zijn eigen stroomverbruik. Veel van die andere 90 procent zien ongetwijfeld het nut, maar hebben er niet de mogelijkheid toe. En dan heb ik het niet over het louter financiële aspect: als je in een appartement woont of een dak hebt dat verkeerd georiënteerd is, kan je nu eenmaal moeilijk zonnepanelen installeren. Maakt niet uit hoe overtuigend Bart Tommelein het presenteert.

De keuze van de minister om zonnepanelen te promoten, is uitstekend. Hernieuwbare energie is de juiste en enige keuze, de technologie om stroom op te wekken uit wind en zon is volwassen genoeg om zonder subsidies rendabel te zijn. Door de milieu-effecten is de uiteindelijke kostprijs zelfs lager dan stroom uit fossiele brandstoffen.

Maar om de omschakeling naar groene stroom rond te maken, moeten we meer doen dan alleen wat extra zonnepanelen installeren op de goed georiënteerde daken die nog niet bedekt zijn.

Zou het niet mooi zijn om als appartementsbewoner mede-eigenaar te worden van enkele zonnepanelen op het dak van een school, winkel of voetbalstadion in de buurt? En zelf te genieten van de opbrengst? Je energieleverancier treedt dan op als ‘energieregisseur’: hij berekent hoeveel jouw deel van de panelen opleverde, en dat verschil zie je op je eigen factuur. Iedereen een beetje de lasten, maar ook de lusten van het systeem.

Het kan ook op overheidsgebouwen. Zeker de spoorwegen, want die hebben enorm veel mogelijke locaties én een voorbeeldfunctie als grootste werkgever. De Nederlandse Spoorwegen startte al een langetermijnproject in die zin: elk terrein en elk gebouw van het bedrijf werd geanalyseerd, en ook de energie-efficiëntie zelf werd bekeken. De NS betrekt ook reizigers en zelfs medewerkers in het verhaal.

Deeleconomie
Als de Vlaamse regering de deeleconomie voor zonnepanelen stimuleert, kan ze de Vlaamse energieproductie volledig decentraliseren. Het is technisch mogelijk om een modern bedrijventerrein op eigen kracht van stroom te voorzien en er zelfs de medewerkers van mee te laten genieten. Ook op wijkniveau lukt dat: het stroomverbruik van een schoolgebouw is perfect complementair met dat van de gezinnen in de buurt. Maar soms hapert het een beetje op het vlak van regelgeving. Het is bijvoorbeeld nog niet toegelaten om mensen ‘achter de meter’ met elkaar in verbinding te stellen.

Mijnheer de minister, regelgeving moet de innovaties op de voet volgen. Zet de uitrol van de slimme energiemeters in gang, want zo kan je perfect monitoren hoeveel stroom elk gezin produceert en consumeert, en wanneer. En maak het mogelijk om geld terug te geven aan wie meer produceert dan verbruikt.

Lokale productie
Toegegeven: slimme meters kosten geld. Maar het zou niet fair zijn om de schuld daarvan in de schoenen van de hernieuwbare energie te schuiven. Ik hoef vast niet uit te leggen dat er ook een stevig kostenplaatje vast zou hangen aan het upgraden van de verouderde energiecentrales in ons land. Met slimme meters kunnen we ons elektriciteitsnet efficiënter en dus goedkoper gebruiken. Lokale productie is dus ook goed voor de prijs, want de energiefactuur bestaat voor het grootste gedeelte uit distributie, transport en, zoals u wellicht ook weet, taksen.

Hernieuwbare energie vraagt om een totaal andere aanpak van het elektriciteitsnet. Er is opslagcapaciteit nodig om in te spelen op piekmomenten: produceren wanneer er zon en wind is, verbruiken wanneer je wil. Dat lukt nu al door je elektrische auto thuis in te pluggen. De batterij geeft stroom aan het net wanneer je niet meer moet rijden en thuis veel stroom nodig hebt. En ook op dat vlak zal de deeleconomie zijn rol spelen. Als je zelf een thuisbatterij installeert of participeert in een grote batterij van een bedrijf of school in je buurt, word je voor je rol als buffer ook beloond via je elektriciteitsfactuur.

Lokale productie van groene energie, met buffers om pieken en dalen op te vangen: daar ligt de toekomst. Niet in fossiele brandstoffen, niet bij de oliereuzen en zeker niet bij grote centrales. Het is nu tijd voor de grote stappen vooruit. En in afwachting kunnen we ons concentreren op de Vlaamse gezinnen mét een goed georiënteerd dak. Zelfs al vindt u als consument dat pleidooi voor duurzaamheid maar niks, een zonnepaneel levert puur financieel nog altijd meer op dan eender welk bankproduct.