Opinie - 'Met alleen nerds komen we er niet'

Woensdag 29 juni 2016 — Wetenschap en technologie worden steeds belangrijker in onze maatschappij, dat is waar, maar daaruit besluiten dat humane wetenschappen geen rol van betekenis meer zullen spelen, zou een kapitale flater zijn.

 Door Herman Van Goethemen en Saskia Van Uffelen

Jarenlang durfde een gynaecologe haar patiënte niet te vertellen dat ze ziek was. Toen die erachter kwam dat er iets loos was, kon de medische wereld niets meer voor haar doen. Het verhaal illustreert pijnlijk dat communicatieve vaardigheden minstens even belangrijk zijn als wetenschappelijke kennis.

De komende dagen ontvangen weer duizenden jongeren hun diploma. Dat is een goede eerste stap naar tewerkstelling, maar we moeten ook vragen durven stellen. Speelt ons hoger onderwijs voldoende in op de snel veranderende arbeidsmarkt en op de oprukkende technologie? En blijft er ondanks die focus op het technische en het digitale voldoende aandacht voor humane vaardigheden?

Humane wetenschappen doen het aan de universiteiten alleszins nog steeds goed. Terecht, want de jobs van de toekomst zijn hybride. We hebben geen nood aan wetenschappelijke nerds, wel aan goed geschoolde specialisten met allround competenties. Personen met burgerzin, personen die weten hoe ze moeten communiceren met hun medemens, ermee kunnen samenwerken, en dat op een creatieve manier doen.

Bedrijven zijn niet langer op zoek naar ingenieurs zonder meer. Wel naar ingenieurs met sociale vaardigheden die een opinie kunnen vormen en de bestaande bedrijfsmodellen in vraag durven te stellen. Onze deeleconomie heeft nood aan nieuwe ecosystemen en dat vereist een geïntegreerde aanpak: buiten de klassieke patronen om creatieve alternatieven aanreiken en samenwerken over departementen heen, dat zijn de basiscompetenties op de arbeidsmarkt van morgen. Het draait er om meer dan louter één oplossing bedenken voor een technisch vraagstuk. Voor communicatiespecialisten in spe geldt overigens hetzelfde: zonder basiskennis van technologie zullen ze het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt.

Onze technologische maatschappij en economische modellen evolueren zo snel dat er steeds nieuwe vraagstukken opduiken. Vroeger kon je wetten en recht instuderen om vervolgens een goede advocaat te worden. Vandaag volstaat dat niet meer. Er zijn problematieken waar nog geen wetten of kader voor bestaan, zoals cybercriminaliteit en data-bescherming. Een goede advocaat zal dus buiten de traditionele kaders moeten kunnen denken.

Een vak ondernemerschap
De studenten van nu moeten baas worden over de eigen carrière, en daarin staat levenslang leren centraal. Dat betekent dat studenten en universiteiten niet meer om extra algemene vakken als ondernemerschap heen kunnen. Zo’n modern vak moet dringend overal in de opleidingstrajecten worden opgenomen. Het is dé competentie die onze jongeren klaarstoomt voor de alsmaar sneller evoluerende arbeidsmarkt.

Universiteiten moeten en kunnen het steeds snellere tempo niet volgen, wel moeten ze op theoretische onderbouw inzetten. Ze kunnen zich flexibeler organiseren. Een beetje zoals honingraten: hier een opleiding bijbouwen, daar een opleiding omvormen, in functie van de noden van de arbeidsmarkt. Universiteiten zullen daarom nog nauwer moeten samenwerken met de bedrijfswereld. Misschien kan de universiteit van morgen wel een incubatorrol opnemen en startende bedrijfjes als deel van het curriculum invoeren.

Moeten we dan vandaag allemaal ingenieur en taal gaan studeren? Helemaal niet. Jongeren moeten studeren waar ze passie voor hebben, waar ze goed in zijn. Welke studierichting ze kiezen is daarbij minder belangrijk, zolang ze niet ondermaats of banaal presteren. Alleen zo zullen ze overleven op de nieuwe arbeidsmarkt. Daarbij moeten ze steeds in het achterhoofd houden dat het op de diploma-uitreiking niet gedaan is. De rit begint dan pas. Als de competenties van morgen al geïntegreerd zijn in het curriculum dat ze net hebben afgewerkt, hoeven ze niet met knikkende knieën aan de start te verschijnen.