Opinie - 'Slimme steden: wie laat de puzzelstukjes van de technologie in elkaar vallen?'

Dinsdag 23 februari 2016 — Door Saskia Van Uffelen, CEO van Ericsson Belux en Digital Champion & Digital Mind

Waarom behoren steden als Helsinki, Barcelona, Kopenhagen en Berlijn tot de 'slimste steden' van Europa en Antwerpen, Gent of Leuven niet? 'Aan de slimme stad valt niet te ontsnappen', kopte uw weekendkrant, maar België dreigt de trein van de 'smart cities' te missen. En dat terwijl we alle technologische kwaliteiten in handen hebben: de fusie tussen iMinds en Imec is daar het bewijs van. Hoog tijd voor betere samenwerking op alle niveaus. Met gevestigde bedrijven die start-ups onder hun hoede nemen, bijvoorbeeld. Maar daarvoor is een mentaliteitswijziging nodig.

Die nood aan een mentaliteitswijziging werd me pas nog pijnlijk duidelijk: ik zit deze week in Barcelona, waar met het Mobile World Congress deze week de hoogmis van de technologie plaatsvindt. Net voor afreis sprak ik nog een 58-jarige Belgische bedrijfsleider die beweert dat 'al dat digitale' een hype van voorbijgaande aard is. En dat uit de mond van een bedrijfsleider... Digitale technologieën zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Meer nog, ze kunnen onze steden helpen met de drie prioriteiten: 'verkeer, veiligheid en vuiligheid', zoals Gents burgemeester Daniël Termont ze noemt.

Een stad als Barcelona, niet toevallig deze week de gaststad van het World Mobile Congress, heeft die technologie al lang omarmd. En dat laat zich voelen: apps wijzen je de weg naar parkeerplaatsen, een gloednieuw busnetwerk maakt het openbaar vervoer sneller, sensoren voorkomen overvolle afvalcontainers,... In België beschikken we over net zoveel slimme stukjes technologie als Barcelona, Berlijn of Helsinki. Alleen slaagt niemand in ons land erin de stukjes van de puzzel in elkaar te laten vallen. Wij blijven liever naast elkaar stukjes technologie bouwen boven op verouderde technologieën en 35 jaar langs elkaar praten.

Barcelona, Helsinki of São Paulo durfden wel tabula rasa te maken. Zij startten van een wit blad papier en laten bijvoorbeeld in het kader van een slimmere mobiliteit burgers, autoconstructeurs en wegenbouwers samenwerken. Het is dankzij dat collectief dat die steden de voorbije jaren een enorme voorsprong uitbouwden op ons: in België blijft het te vaak beperkt tot hokjes met individuele initiatieven.

Door beter samen te werken, kunnen we voorkomen dat we hopeloos achteropraken. Zo is er in België wel een goed beleid voor start-ups, maar die slagen er niet genoeg in om door te groeien. Hun keuze: opgeslokt worden door een grote onderneming of een stille dood sterven. De oplossing? Gevestigde bedrijven moeten zich opwerpen als incubator voor onze start-ups en ideeën uitwisselen. Ze zullen zelf de vruchten plukken van de samenwerking onder de vorm van innovatieve ideeën. Dat is de zuurstof die ze vandaag zelf ontbreken en nodig hebben om te overleven in de strijd tegen de Ubers en Airbnb's. Jonge, innovatieve bedrijfjes leren op hun beurt uit de ervaring van de grotere rond planning en leiderschap van de grote bedrijven.

Maar er is meer nodig om Antwerpen, Gent of Leuven tot slimme steden om te vormen. Daadkracht, bijvoorbeeld. We mogen ons niet laten verlammen door onze angst voor bijvoorbeeld privacy. Vroeger kreeg toch ook iedereen het telefoonboek in de bus? De hypothetische nadelen wegen niet op tegen de voordelen die 'open data' met zich meebrengen voor de Belgische burger. Ik denk in de gezondheidssector concreet aan de digitalisering van de patiëntendossiers. Of aan de digitale factuur, die in België nog maar om de hoek komt piepen terwijl die in andere landen al jaren is doorgebroken.

Het is tijd dat België zijn wetgeving met hetzelfde ritme aanpast als de snelheid waarmee digitale technologieën evolueren. De technologie is niet meer tegen te houden en zal er sneller zijn dan we denken. We kunnen het ons niet permitteren om onszelf tegen te houden door elk ons eigen puzzelstukje te bouwen, zonder de volledige puzzel te zien.