Skip to Content

OPINIE: Uitbreiding rouwverlof is niet de ultieme oplossing

Met de uitbreiding van het rouwverlof van drie naar tien dagen maakt de overheid zich iets te gemakkelijk af van het grote maatschappelijke probleem rond rouwen. We pakken rouwen als maatschappij namelijk helemaal verkeerd aan. Een overlijden brengt nabestaanden ten eerste in een administratief kluwen waarbij ze van het kastje naar de muur gestuurd worden om alles geregeld te krijgen. Ten tweede maken uitvaartzorg en rouwbegeleiding nog geen integraal deel uit van de zorgsector, terwijl ook zij een belangrijk onderdeel vormen van de zorg tijdens het leven van mensen (de nabestaanden). Tot slot is er binnen de zorg ook nood aan meer samenwerking tussen de verschillende zorgberoepen en een degelijke opleiding rond uitvaartzorg en rouwbegeleiding. Met enkele extra dagen verlof alleen zullen we er dus niet komen.

De dood en het rouwproces zijn nog steeds een taboe in onze maatschappij. De Vlaming is door de band vrij gesloten en praat niet graag over zijn gevoelens. Doordat we vaak dingen opkroppen, doen we er lang over om ze te verwerken. Bij een overlijden van een dierbare duurt het bij velen jaren – zo niet een heel leven – om het verlies te verwerken. Zullen zeven extra dagen om te kunnen rouwen dan echt een oplossing zijn? In mijn ogen niet. Alleen via een combinatie van factoren kunnen we het taboe beter bespreekbaar maken en meer ruimte scheppen om te rouwen in onze samenleving.

Administratieve doolhof voor nabestaanden

Een eerste groot probleem: wie een geliefde verloren heeft, krijgt naast de emotionele klap meteen ook een administratieve dreun. Nabestaanden lopen verloren in een doolhof van instanties om alles geregeld te krijgen ná de begrafenis of crematie (denk aan de diensten van de gemeente, de banken, de pensioenkas, enz.). De overheid zou één loket moeten opzetten voor al die administratieve zaken. Zo’n rompslomp is vaak het laatste waar nabestaanden zich mee willen bezig houden. Alles regelen na een overlijden zou even eenvoudig moeten zijn als de geboorte van een kind aangeven.

 Gebrek aan kennis en opleiding

Ten tweede: er is een gebrek aan samenwerking én aan kennis bij de verschillende zorgberoepen om met een overlijden – en vooral de zorg voor de nabestaanden - om te gaan. Thuisverplegers, ziekenhuispersoneel, personeel in de woonzorgcentra: ze zijn allemaal betrokken partij. Nochtans krijgen we bij uitvaartplanner Sereni elke week tientallen telefoontjes van zorgmedewerkers die nabestaanden wel willen helpen bij al hun vragen maar gewoon niet weten hoe. Daar moeten we iets aan doen!

Ik zou daarom graag zien dat uitvaartzorg en rouwbegeleiding nog meer aan bod komen in de zorgopleidingen aan de hogescholen en universiteiten. We moeten naar een crossdisicplinair beleid waarbij elke zorgkundige die contact heeft met nabestaanden weet wat hij/zij kan of mag doen. En waarom maken we de uitvaart- en rouwzorg nu eindelijk geen integraal onderdeel van de zorgsector? Ook wij maken deel uit van de zorg tijdens het leven van mensen.

Kortom: als we willen dat onze samenleving beter, menselijker, persoonlijker leert omgaan met de nabestaanden na een overlijden, zullen niet alleen extra dagen rouwverlof helpen. De overheid moet ook investeren in een vereenvoudiging van het administratief kluwen na het verlies van een dierbare, een inclusief beleid waarin rouwzorg geïntegreerd wordt binnen de zorgsector én een kader om nog meer en betere kennis over uitvaart te delen met iedereen die de naasten voor of na een overlijden bijstaan.

Bram Coussement, CEO Sereni

 

Contacteer ons
Arno Creve Consultant, Bepublic
Arno Creve Consultant, Bepublic
Over Bepublic